En toen kreeg ik de diagnose Alzheimer…

Ter gelegenheid van Wereld Alzheimer Dag vertelt Trudy haar verhaal. Op deze dag wordt er extra aandacht gevraagd voor dementie. De vrijwilligers van Alzheimer Nederland kozen dit jaar voor het thema 'De vele gezichten van dementie'. Want met 270.000 Nederlanders met dementie krijgen we er allemaal mee te maken.

"Mijn vrienden en kennissen hadden achter mijn rug om, hun zorgen al geuit. Ze vertelden elkaar dat het niet goed met me ging en merkten 'vreemde' dingen in mijn gedrag. Zelf wist ik ook dat er iets aan de hand was, maar ik kon de vinger er niet op leggen. Ik merkte het aan de manier waarop ik dingen deed; Ik zei handelingen hardop om mezelf bij de les te kunnen houden. Ik was mijn hoofd boven water aan het houden.
Ik mopperde heel veel op mezelf en doe dat nu af en toe nog wel. 'Wat een trut ben je toch', zeg ik meerdere keren tegen mezelf als ik ergens niet op kan komen of als ik een handeling niet goed weet uit te voeren. Ik werd opstandig.
Vervolgens ging ik samen met een vriendin naar de huisarts en heb daar verteld dat het niet goed met me ging. Ik liep steeds vaker, in stilte, te schelden op mezelf. Vanuit daar werd ik doorverwezen naar de geriater in het Amphia ziekenhuis en volgden er verschillende onderzoeken.
En toen kreeg ik de diagnose Alzheimer... Vreselijk om te horen, maar ergens gaf het me ook een stukje rust. Ik ben dus niet gek of raar, dacht ik bij mezelf, maar het komt ergens vandaan en ik kan er niks aan doen. Ik heb toen met hulp van iemand een mailtje gestuurd naar mijn vrienden, vriendinnen en kennissen: 'Hiep hoi, ik heb Alzheimer'. Ook dit klinkt misschien een beetje vreemd dat ik het zo zeg, maar ik was blij om tegen iedereen te kunnen zeggen dat ik niet vreemd ben, maar dat mijn ziekte dit veroorzaakt. Eigenlijk zeg ik nooit dat ik een ziekte heb. Dat klinkt zo extreem. Ik zeg meestal dat Alzheimer gepaard gaat met mankementen.
Na de diagnose heb ik mijn auto vrijwel meteen laten staan. Ik wil niet het risico lopen dat ik iemand anders iets aan zou doen door mijn gedrag in het verkeer. Ik wil ook niet veel hulp. Ik heb sterk het gevoel dat ik het allemaal zelf moet kunnen rooien en ik wil ook zeker niet zielig gevonden worden. Hier in de Herbergier heb ik het gevoel nog veel zelf te kunnen, met sturing van de leiding hier, waar ik dat nodig heb. Het voelt veilig om hier te zijn, ik heb hier altijd mensen om me heen.
Ik ervaar de meeste moeilijkheden in het nadenken. Steeds opnieuw; 'Hoe moet ik dit nu ook weer doen?' Ook houd ik niet van onverwachte dingen, zoals mensen die ineens onverwacht naar me toe komen en waarvan ik me niet goed meer kan herinneren wie ze ook alweer zijn of hoe ze heten...
Ik merk dat ik hard achteruit ga. Met grote sprongen. Maar ik wil zelf graag regie houden. Toch gaat het best goed met me. Ik weet dat ik het heb en ben blij dat ik dat besef. Dat stelt je ook in staat om hulp te vragen bij verschillende dingen. Want je moet wel om hulp kunnen vragen. Veel dingen kan ik niet meer alleen."
Trudy Bruinsma